Verlangen naar wat er al is


Jarenlang had ik een goedlopend bedrijf. Wat klein begon met twee opdrachten per week, werden er al snel vier. Toen acht. En voor ik het wist, draaide ik een druk bedrijf en wilde ik steeds meer.
Ik wilde meer klanten. Meer opdrachten. Meer omzet.
Zodat we konden verbouwen. Zodat we die reis konden maken. Zodat er een goed studiepotje voor de kinderen zou zijn.
Het waren logische verlangens. En het lukte ook. Het bedrijf groeide. Maar ongemerkt groeide het tempo mee.
Er was altijd een volgende stap. Een mail die beantwoord moest worden. Een idee dat uitgewerkt kon worden. Ik was aanwezig. Maar niet altijd echt daar.
Tot ik op een avond achter mijn laptop zat en dacht: wanneer is het eigenlijk genoeg?
Niet omdat het niet goed ging. Maar omdat wat ik ooit zo graag wilde, er al was. Alleen mijn aandacht stond steeds op morgen.
Je kunt niet verlangen naar wat je al hebt
Je kunt alleen verlangen naar wat er nog niet is. En dus kijken we vooruit. Naar meer. Naar anders. Naar beter.
Maar wie steeds vooruitkijkt, ziet niet wat er al staat.
De mensen die er al zijn. Het werk dat al lukt. De basis die al gebouwd is. De kwaliteiten die allang in je zitten.
Niet omdat het niet waardevol is. Maar omdat we er geen tijd voor nemen.
Stoppen met rennen is beginnen met zien
Stilstaan is niet niets doen. Het is kijken. En soms ontdekken dat er niets ontbreekt — behalve aandacht.
Misschien gaat het niet om minder verlangen. Maar om vaker vertragen. Om jezelf af te vragen:
Wat heb ik eigenlijk al? Wat is er al goed? Wat draag ik al met me mee?
Want pas als je stopt met rennen, zie je dat je misschien niet onderweg was naar méér — maar voorbij liep aan wat er al was.
En misschien is dat wel de grootste rijkdom: niet dat je meer verzamelt, maar dat je leert zien.







